Oefentherapie

Oefentherapie Cesar

Oefentherapie Cesar (ofwel Cesartherapie) is een paramedische behandelmethode, gericht op behandeling en voorkoming van klachten ten gevolge van een onjuist houdings- en bewegingspatroon, al dan niet veroorzaakt door een bepaalde lichamelijke afwijking en/of ziekte.

Het doel

Het doel is de klachten te doen voorkomen, verminderen en/of te verdwijnen, uitgaande van ieders strikt persoonlijke bewegingsmogelijkheden en rekening houdend met de bepaalde situatie waarin een ieder zich bevindt (leef- en beroepsomstandigheden).

De patiënt moet zelf actief aan de therapie deelnemen en leren begrijpen en voelen hoe en waarom bewegingen het best op een bepaalde manier kunnen worden uitgevoerd, want: een belangrijke voorwaarde voor een blijvend resultaat is inpassing van het geleerde in het dagelijks leven. De oefentherapie Cesar wordt gegeven in de praktijkruimte van de oefentherapeut, of, indien noodzakelijk, ten huize van de patiënt of binnen een instelling zoals een verzorgingshuis.

De basisgedachte van de oefentherapie Cesar ofwel Cesartherapie:

Mensen staan, lopen, gaan zitten, staan op. Mensen bukken, tillen, springen. Iedereen doet dit op zijn eigen manier, maar niet iedereen gebruikt bij dezelfde beweging dezelfde spieren in dezelfde mate. Al dat bewegen gebeurt grotendeels onbewust en iedereen ontwikkelt zo zijn eigen houdings- en bewegingsgewoonten. Maar… niet al die gewoonten zijn goed voor het lichaam. Soms kunnen er ook veranderingen in bewegingspatronen ontstaan doordat er een periode van klachten is geweest. Dit is een onbewust proces om het pijnlijke lichaamsdeel te ontzien zodat dit kan herstellen. Wanneer de klachten weer afnemen kan het gebeuren dat de veranderingen -die tijdelijk noodzakelijk waren-  niet meer herstellen tot de normale bewegingspatronen waardoor er op den duur juist opnieuw klachten kunnen ontstaan en komt iemand in een vicieuze cirkel terecht.
Voor iedereen is er een optimaal grondpatroon van bewegen. Iedereen kan goede houdings- en bewegingsgewoonten ontwikkelen door middel van een gericht leerproces. En zo kan een verstoord bewegingspatroon dus ook weer naar het juiste patroon teruggebracht worden.
Bewegingen worden “goed” genoemd als o.a. spieren daarbij zo optimaal mogelijk samenwerken en de gewrichten op de juiste manier worden belast. Het is een individueel proces; niemand beweegt hetzelfde, en dit is ook niet de bedoeling van oefentherapie Cesar. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden die iemand heeft. Een goede beweging van bijvoorbeeld de armen kan daarom voor iedereen anders zijn.

De oefentherapeut Cesar stelt een op de persoon gericht behandelingsplan op, dat bestaat uit een zorgvuldige keuze van oefeningen.
Als uitgangspunt voor dit behandelplan gelden:

  • De diagnose van de arts (indien u verwezen bent)
  • De hulpvraag van de patiënt
  • Het onderzoek door de oefentherapeut Cesar;
  • De individuele situatie en mogelijkheden van de patiënt;

oefentherapie2

Oefentherapie Cesar wordt onder andere toegepast bij:

  • Klachten, veroorzaakt door houdings of bewegingsafwijkingen, bijvoorbeeld nek, schouder en rugklachten (o.a. scolioses), heupklachten, spanningshoofdpijn, alsmede bestrijden van beroepsklachten.
  • Duizeligheidsklachten t.g.v. vestibulaire aandoeningen, BPPD, ziekte van Ménière
  • De verbetering van houdings- en bewegingsafwijkingen ter voorkoming van (beroeps)klachten.
  • De verbetering van ademtechniek, bijv. bij COPD, astma  en hyperventilatie.
  • De behandeling van patiënten met neurologische aandoeningen, zoals hernia ischias, en uitstralende zenuwpijnen, ziekte van Parkinson, M.S.
  • De behandeling van orthopedische aandoeningen zoals arthrose, osteoporose, ziekte van Scheuermann.
  • De behandeling van reumatische aandoeningen zoals reumatoïde artritis, ziekte van Bechterew.
  • De verbetering van de motoriek van kinderen met achterstand in motorische ontwikkeling.
  • Revalidatie na bijv. een total hip-operatie of een total knee- operatie of revalidatie na een c.v.a.
  • De behandeling van spanningsgerelateerde klachten.

Wat kan ik verwachten bij een behandeling?

U bent verwezen naar een oefentherapeut Cesar door uw huisarts of uw specialist. Of u heeft naar aanleiding van uw klacht zelf besloten een afspraak te maken bij een oefentherapeut. (Vanaf 1 juli 2008 is het mogelijk geworden om zonder verwijsbrief een afspraak te maken).
U heeft het adres van een praktijk voor oefentherapie Cesar gevonden en u heeft een afspraak gemaakt. Wat dan? Een praktijk voor oefentherapie Cesar heeft naast de behandelruimte een plaats om te wachten, een toilet en een mogelijkheid de handen te wassen.
Een praktijkruimte heeft een lege vloeroppervlakte die groot genoeg is om u ongehinderd en vrij te laten bewegen en lopen. Het bureau van de oefentherapeut kan in deze ruimte staan of in een apart kantoor. Voor het onderzoek kan er een onderzoeksbank zijn. Meestal zijn er een of meer spiegels waarin u zichzelf geheel kunt zien. Dat kan nuttig zijn om zelf ook te constateren wat goed en wat fout is.

De eerste afspraak:

Wanneer u bent verwezen door uw huisarts of door uw specialist in het ziekenhuis zal er een zogenaamde intake volgen. Een intake houdt in dat allereerst uw gegevens genoteerd worden. Daarna volgt een vraaggesprek aan de hand van de diagnose van de verwijzer en uw klachten. Hierbij wordt geprobeerd een zo duidelijk mogelijk beeld van de oorzaak van uw klachten te krijgen, maar er zal ook gevraagd worden naar uw dagelijkse bezigheden zoals uw beroep, hobby’s, sporten. Vaak wordt ook gevraagd om een of meerdere vragenlijsten in te vullen. Na dit vraaggesprek volgt een onderzoek en worden de bevindingen besproken en samen met u een behandelplan opgesteld.
Wanneer u op eigen initiatief bent gekomen, zal vóór de intake altijd eerst een zogenaamde screening worden gedaan. Een screening houdt in dat er aan de hand van een vragenlijst eerst beoordeelt moet worden óf de klacht waarmee u bent gekomen ook geschikt is om door een oefentherapeut te kunnen worden behandeld. Wanneer dit het geval is, zal de intake en een onderzoek volgen.
Na het onderzoek wordt aan de hand van de diagnose van de arts (wanneer u bent verwezen) en de eigen diagnose van de oefentherapeut, een werkdiagnose opgesteld worden, en in overleg met u wordt een behandelplan opgesteld.

De reden dat het onderzoek bij voorkeur in ondergoed plaatsvindt is dat bij het onderzoek en de behandelingen het lichaam als geheel wordt bekeken. Ook al heeft u bijvoorbeeld klachten in uw rechterschouder; de bewegingen en de houdingen van alle delen van het lichaam worden hierbij betrokken. Denkt u bijvoorbeeld maar eens aan het volgende: wanneer u een steentje in uw schoen heeft zult u proberen tijdens het lopen dit steentje zo min mogelijk te voelen; hierdoor verplaatst u het lichaamsgewicht op deze voet, en belast u de voet zo kort mogelijk, uw rug zal daarbij schever gehouden worden, de spierspanning in de schouder aan de andere kant wordt veel hoger. Zou u dit steentje een week lang in uw schoen hebben bestaat de kans dat u daar in uw nek last van gaat krijgen.
Dit is ook de reden waarom bij het onderzoek en de behandelingen ook altijd gekeken zal worden naar de houding en de bewegingen van de rest van uw lichaam, en niet alleen maar de locatie waar uw klachten zich bevinden.
Wanneer de tijd het toelaat zult u ook de eerste oefeningen mee krijgen zodat u meteen aan de slag kunt gaan met uw klachten.
De duur van een (screening en) intake en onderzoek is gemiddeld 45-60 minuten.

De vervolgafspraken.

In de vervolgafspraken komen verschillende onderdelen naar voren zoals:

  • het geven van voorlichting over uw klacht,
  • het geven van gerichte adviezen die u kunt toepassen in het dagelijks leven.
  • op de klacht afgestemde oefeningen* die zijn bedoeld om met name uw dagelijkse bewegingen te verbeteren.

*Dit kunnen oefeningen zijn gericht op:

  • versterking van bepaalde spiergroepen,
  • het op lengte brengen van spieren,
  • het vergroten van beweeglijkheid van gewrichten,
  • verbeteren van de stabiliteit van gewrichten,
  • de coördinatie van het bewegen te herstellen,
  • het leren ontspannen van spieren,
  • het verbeteren van ademhalingspatronen,
  • specifieke situaties bijvoorbeeld bij duizeligheidsklachten
  • maar bovenal oefeningen gericht op uw dagelijks voorkomende bewegingen, binnen uw thuis-, werk-, sport-, of hobby situaties.

Al deze oefeningen zijn uiteindelijk gericht om uw houding- en bewegingspatronen beter te kunnen laten verlopen.
Vanzelfsprekend is uw eigen inzet en motivatie hierbij van groot belang. Tijdens een behandeling worden de oefeningen doorgenomen, maar het belangrijkst is dat u de adviezen en oefeningen zelf thuis, of in sport- of werksituatie gaat toepassen. Het doel is immers dat er veranderingen komen in uw dagelijkse houding-en bewegingspatronen.

De oefentherapeut Cesar is verplicht de verwijzend arts op de hoogte te houden van het verloop van de behandeling. Als zich bij de behandeling problemen voordoen, kan de oefentherapeut ook advies vragen aan de arts. Na afloop van de behandelingen zal de oefentherapeut het resultaat met u bespreken en zal verslag worden gedaan aan de arts. Daarbij kan ook voorgesteld worden de therapie nog met een aantal behandelingen voort te zetten.